Artikelen verzamelen
Een moment geduld alstublieft...
Even geduld a.u.b.
dit item wordt toegevoegd aan de winkelwagen
De olieafscheider, benzineafscheider en coalescentieafscheider van KesselKunststof afscheiderinstallaties |
Olieafscheider, benzineafscheider en coalescentieafscheider werkingsprincipe
Het zwaartekrachtprincipe in de afscheider
Met gebruikmaking van het zwaartekrachtprincipe worden in de coalescentieafscheider, benzineafscheider en olieafscheider scheidingsprocessen in gang gezet bij het toegevoerde water. De afscheider is onderverdeeld in drie zones, de slibvanger, de afscheiderruimte en het oliereservoir. De slibvanger in het onderste gedeelte vangt bezinkende stoffen - zoals zand - op. In het oliereservoir boven in de afscheider verzamelen zich de lichte vloeistoffen tot een soortelijk gewicht van 0,95 kg/m3. In de zone tussen de slibvanger en het oliereservoir, de zogenaamde afscheidingsruimte, komt het toegevoerde water door de stroomdiameter en de oppervlaktetoename vergaand tot rust. Onder invloed van de bovengenoemde krachten worden lichte vloeistoffen, water en slib gescheiden.
Wat is coalescentie?
Volgens de definitie is coalescentie de neiging van druppelvormige vloeibare stoffen om op grond van verschillende oppervlaktespanningen en verbindingskrachten (ladingen) verbindingen aan te gaan en grotere druppels te vormen. Hydrodynamische coalescentie houdt in dat er zich druppels vormen door tegenstroming in de afscheidingsruimte. Een tegenstroming verhoogt de kans op contact tussen olie-druppeltjes en stimuleert daarmee de vorming van druppels met voldoende drijfvermogen. In coalescentieafscheiders bevindt zich bovendien een coalescentie element. Dit cilindervormige element heeft twee functies. Enerzijds kalmeert het de stroming en anderzijds "filtert" het de volledige hoeveelheid afvalwater door het coalescentiemateriaal. Het filtermateriaal, een PU-schuim met open poriën is sterk oleofiel (vetvriendelijk). De kleinste oliedruppeltjes worden met de stroming meegevoerd naar dit schuim waar zij zich ophopen. Uit de vele kleine druppeltjes worden steeds grotere druppels gevormd (schuim in een bierglas). Hebben deze een grootte bereikt waarbij ze een drijfvermogen hebben, dan verlaten zij het schuim en stijgen zij op om opgenomen te worden in de olielaag. Bij gebruik van reinigingsmiddelen met sterk emulgerende tensiden zetten deze oppervlakteactieve stoffen zich op het oppervlak van de oliedruppeltjes af. Zij schermen de oliedruppeltjes af en voorkomen de vorming van grotere druppels. Er kan nauwelijks meer coalescentie plaatsvinden.
Welke invloed hebben de druppelgrootte en het soortelijk gewicht op het afscheidingsgedrag?
De basisformule voor het afscheidingsproces werd ontwikkeld door de wiskundige en natuurkundige Sir George Gabriel Stokes. Deze formule geldt zowel voor het bezinken van zware deeltjes als voor het opstijgen van lichtere deeltjes. De formule luidt als volgt:
- Grote deeltjes stijgen/dalen sneller dan kleine deeltjes.
- Hoe groter het verschil in soortelijk gewicht tussen de deeltjes en het water, des te sneller stijgen/dalen de deeltjes.
Coalescentie-elementen voor verhoogde prestaties
De performance van olieafscheiders en benzineafscheiders kan worden verhoogd door coalescentie-elementen te gebruiken. Door de verbeterde performance kunnen ook de kleinste oliedruppeltjes afgescheiden worden.
![]() |
De oliedruppels die niet op basis van het soortelijk gewicht van het water gescheiden worden, stoten op het oleofiele coalescentiemateriaal en worden geadsorbeerd. |
![]() |
Dankzij de coalescentie effecten kunnen verdere oliedruppeltjes opgevangen worden. |
![]() |
Dat heeft tot gevolg dat de oliefilm op het coalescentie materiaal verder toeneemt. |
![]() |
De toenemende dikte van de oliefilm leidt tot een verhoging van het drijfvermogen. Er komen individuele grote oliedruppels vrij. |
![]() |
De oliedruppel drijft naar het oppervlak en wordt afgescheiden. |
Automatische vlotterinrichting olieafscheiders, benzineafscheiders en coalescentieafscheiders
| Coalescentieafscheiders, benzineafscheiders en olieafscheiders zijn standaard voorzien van een automatische vlotter. Deze voorziening voorkomt het uittreden van lichte vloeistoffen naar het riool, wanneer de maximale hoeveelheid olie die in de afscheider kan worden opgeslagen, bereikt is. Bij de Kessel afscheider voor lichte vloeistoffen bestaat deze beveiliging uit een vlottergeleidingsbuis, die tijdens het normale bedrijf met water gevuld is. Het tarragewicht van de vlotter is zodanig gekozen dat deze drijft in water en zinkt in de lichte vloeistof (tot aan een soortelijk gewicht van 0,95 g/cm3). Wordt de maximale oliehoeveelheid die kan worden opgeslagen bereikt, dan loopt de olie via zijdelingse openingen in de geleidingsbuis voor de vlotter. De vlotter zakt daarna naar beneden en sluit op betrouwbare wijze de uitloop van de afscheider. De vanzelf werkende afsluiting van de afscheider is een "noodrem". Wordt deze in geval van een defect of schade geactiveerd, dan moet de afscheider buiten bedrijf worden gesteld en dient het noodzakelijke onderhoud plaats te vinden. De afscheider moet daarom regelmatig worden onderhouden en de reststoffen moeten regelmatig worden afgetapt. |
![]() |
Voordelige olielaagafzuiging en geïntegreerde slibafscheidingsruimte
![]() |
Geringere afvoer- en verwerkingskosten bij gebruik van de afzuigvoorziening voor afgescheiden lichte vloeistoffen (met aansluitmogelijkheid voor het voertuig van de afvalverwerker). Totaal slibvangvolume vergelijkbaar met de dimensionering volgens EN 858-2: De slibvang in het onderste deel van de afscheider is bij Kessel ontworpen als puur slibreservoir. Vanwege de goede en door de LGA geteste afscheidingsprestaties voor zware stoffen in afvalwater (als gevolg van de stromingstechnisch gunstige vorm van de afscheider) kan bij Kessel de slibvang in de afscheidingsruimte geïntegreerd worden. Daardoor kan afgezien worden van een separate slibvang. Dit heeft tot gevolg dat bij Kessel al 50% van het volgens de norm noodzakelijk totale slibvangvolume toereikend is om te voldoen aan de eisen die de norm aan de dimensionering stelt. Een voorbeeld: De afscheider met een totaal volume van 5800 liters biedt een afscheidingscapaciteit die overeenkomt met een vergelijkbare conventionele afscheider (SV + afscheider) met een totaal volume van 8800 liter. Andersom gerekend komt ons reservoir met 5800 liter overeen met een conventionele afscheider met een slibvang van 5000 liter die in werkelijkheid niet slechts 2500 liter, maar zelfs 4000 liter slib kan herbergen. Bij een gelijktijdige reductie van de afvoerkosten wordt de bedrijfszekerheid duidelijk verbeterd. |
Inbouwvoorzieningen olieafscheider, benzineafscheider en coalescentieafscheiderDe inbouw mag alleen worden verricht door bedrijven die over relevante ervaring, geschikte uitrusting en voorzieningen en daarvoor opgeleid personeel beschikken. Er moet onderzoek zijn gedaan naar de bodemeigenschappen met het oog op de bouwtechnische geschiktheid (bodemclassificatie voor bouwtechnische doeleinden DIN 18196). Het maximaal optredende grondwaterpeil moet vastgesteld zijn. Het grondwaterpeil mag het niveau van de toevoer niet overschrijden. Een toereikende afvoer (drainage) van doorsijpelend water is bij bodems die geen water doorlaten dwingend noodzakelijk. De optredende soorten belastingen - zoals max. verkeersbelasting en inbouwdiepte - moeten nagetrokken zijn. Plaatsing in gebieden met beschermd grondwater is in principe mogelijk. In individuele gevallen is toestemming door de bevoegde waterinstanties noodzakelijk. De afscheiders voor inbouw in de aarde dienen buiten gebouwen of in goed geventileerde ruimtes binnen gebouwen zo dicht mogelijk bij de afvoeren te worden ingebouwd. Eventueel dienen de aansluitleidingen van de toevoerleidingen naar de afscheider te worden geïsoleerd of verwarmd. Met gebruikmaking van telescopische opzetstukken wordt de vereiste vorstvrije inbouwdiepte bereikt en is een eenvoudige aanpassing aan de toe- en afvoerleidingen (riool) mogelijk. De afdekkingen voor de belastingsklassen A/B/D zijn niet vastgeschroefd en voldoen aan EN 124. Afdekkingen met ventilatieopeningen of afdekkingen met schroefbevestiging zijn niet toegelaten. Voor de inbouw in zones waar vrachtwagens rijden (afdekking Klasse D) moet als toplaag worden voorzien in een staalbetonplaat. |
Voorwaarden aan de bouwput
De ondergrond moet horizontaal en vlak zijn om de installatie op het volle oppervlak te kunnen laten rusten, bovendien moet de bodem voldoende draagvermogen garanderen. Als onderlaag dient een laag verdichte ronde kiezel (max. korreling 8/16, laagdikte min. 30 cm, Dpr= 95%) met daarop 3-10 cm verdicht zand. De afstand tussen de bouwputwand en de tank moet minstens 70 cm bedragen. De afgeschuinde randen moeten voldoen aan DIN 4124. De diepte van de bouwput moet zo worden gekozen dat de limieten van de aardtoplaag niet worden overschreden.
Installatie in een helling
Bij inbouw van de afscheider in een helling dient men er absoluut op te letten dat zijdelings tegen de tank drukkende grond (bij kunstmatig aangelegde bodem) door een doelmatig ontworpen beschermende wand wordt tegengehouden.
Inbouw op een vorstvrije diepte
Let bij de inbouw van de afscheider absoluut op de plaatselijk vastgelegde vorstvrije diepte. Om ook in de winter een probleemloos bedrijf te garanderen dient men bij de inbouw ook de toe- en afvoerleiding op een vorstvrije diepte aan te leggen. In de regel ligt de vorstvrije diepte bij ca. 80 cm, wanneer instanties niet specifiek iets anders aangeven.
Tests vóór de inbouw
Onmiddellijk vóór plaatsing van de tank in de bouwput dient de expert van het met de inbouw belaste bedrijf het volgende te controleren en schriftelijk te rapporteren:
- Onbeschadigd zijn van de tankwand.
- Deugdelijke toestand van de bouwput, met name m.b.t. de afmetingen en de bedding.
- Eigenschappen en korrelgroottes van het vulmateriaal.
Coalescentieafscheider en benzineafscheider inbouwvoorbeeld
![]() |
|
Olieafscheider, benzineafscheider en coalescentieafscheider installatie-instructies
Bescherming tegen vrijkomen van lichte vloeistoffen EN 858
De lichte vloeistof mag niet vrijkomen uit het afscheidersysteem of de opzetstukken. Afscheidersystemen moeten zo ingebouwd worden dat de bovenzijde van de afdekking zich op een hoogte bevindt, die een toereikende marge biedt ten opzichte van het maatgevende peil van het af te wateren oppervlak (zie onderstaande afb. 1 tot 3). Het vloeistofpeil in de afscheider ligt vanwege het verschil in soortelijk gewicht tussen lichte vloeistof en water steeds hoger dan het waterpeil in het afwatersysteem. Als maatgevend niveau geldt de hoogst mogelijke opstuwhoogte van regenwater, wanneer afvalwater en regenwater samen toegevoerd worden. Wanneer alleen afvalwater toegevoerd wordt, geldt de bovenzijde van de laagste aangesloten afvoer als maatgevend peil. De noodzakelijke extra hoogte is afhankelijk van de nominale grootte van de afscheider. Kan deze extra hoogte niet aangehouden worden, dan moet een waarschuwingsinrichting voor lichte vloeistoffen (zie onderstaande afb. 4) ingebouwd worden.
|
|
![]() |
|
|
![]() |
|
|
![]() |
|
|
![]() |
Bescherming tegen opstuwing:
Afscheiders voor lichte vloeistoffen moeten tegen opstuwing beschermd worden. Dit kan gebeuren door een opstuwingsafsluiter of door een opvoersysteem. Let erop dat opvoersystemen in een toevoer van afscheiders voor lichte vloeistoffen per definitie niet toegestaan zijn!
Af te wateren oppervlak:
Zijn open oppervlakken aangesloten op een afscheider voor lichte vloeistoffen, dan kan door een voorgeschakelde bypass de berekende nominale grootte met een factor 6-10 verkleind worden.
![]() |
Telescopisch, in hoogte verstelbaar opzetstuk |
Het ministerie van infrastructuur en milieu over olieafscheiders
Voor sommige bedrijven is het verplicht het oliehoudend afvalwater door een olieafscheider te leiden die voldoet en gebruikt wordt conform NEN-EN 858.
Meer informatie van het ministerie over olieafscheiders vindt u in deze pdf.
| Meer informatie? | |
|
Wilt u weten welke afscheider het meest geschikt is voor uw doeleinden? Neem dan contact op met onze afdeling verkoop via telefoonnummer 0523 - 68 75 10, of stuur een e-mail naar verkoop@wildkamp.nl. Wilt u gelijk een Kessel afscheiderinstallatie bestellen? De Kessel olieafscheiders, benzineafscheiders en coalescentieafscheiders vindt u in deze productgroep. |
|
![]() |
Deze brochure is ook als pdf-document beschikbaar, deze kunt u via deze koppeling downloaden. |














